Interessante Casuïstiek

VERSLETEN HEUP

Misschien een domme vraag: waarom hebben wij gewrichten? Het simpele antwoord is in de volkswijsheid over geneeskunde minder voor de hand liggend. Het antwoord: om mee te bewegen is logisch, toch spreken we van een versleten heup. Wanneer een gewricht gemaakt is om te bewegen, dan zal beweging toch de prikkel zijn om het gewricht goed te laten functioneren en zal het niet ‘verslijten’.
Beweging prikkelt het gewrichtskapsel (synoviale membraan) om gewrichtssmeer (synovia) te maken, dat om zijn beurt het kraakbeen voedt. Kraakbeen bezit geen bloedvaten is voor zijn groei afhankelijk van ‘verse’ synovia. Alles in het lichaam breekt af en groeit aan ofwel vernieuwt zich, ook kraakbeen. Met te weinig voeding is de afbraak groter dan de aangroei en ontstaat er te weinig kraakbeen. Zo simpel is dat.
Er zijn verschillende factoren waarom men zijn heup minder of anders beweegt. Ons zittend bestaan (auto, bureau, bank) is natuurlijk een belangrijke factor, maar ook subtiele oorzaken in het lijf kunnen de heup anders doen bewegen, zoals een vast zittende nier met verhoogde spanning op een belangrijk heupspier (M. Psoas), of een gekantelde baarmoeder, met druk op bepaalde bekkenbanden. Of geblokkeerde bekkengewrichten, die door de heup gecompenseerd worden, een prikkelbaar darmsyndroom, waardoor bepaalde bloedvaten naar de heup belemmerd worden. De rij met oorzaken strekt zich tot het gehele lichaam.
Slijtage in een levend organisme bestaat niet, want bewegen is de prikkel tot goed functioneren. Laat je lijf regelmatig nakijken of alle structuren, gewrichten, wervels, organen nog wel optimaal bewegen, dat voorkomt vele klachten. En dat is toch de taak van de gezondheidszorg.

DARM IN DE KNEL….

Patiënte 30 jaar komt met al meer dan 3 jaar pijn in de linkerzij, onder de ribbenboog. De pijn is scherp en blijft circa 5-10 minuten en treedt vooral op bij (lang) zitten. Verder een zwaar gevoel tussen de schouderbladen. Zij gebruikt omeprazol (maagzuurremmer) tegen de bijwerking van diclofenac (pijnstiller). Röntgen, echoscopie en MRI leveren geen bijzonderheden. Verschillende diëten hebben de afgelopen 3 jaar ook niets opgeleverd.
Onderzoek levert geen dysfuncties ter hoogte van de ribben, borstwervels, etc. De milt is pijnlijk. Nader onderzoek wijst op de inklemming van dunne darmlussen in de FCS (hoek van de dikke darm). Er bestaan circa 16 lussen in de darm, die normaal een vrije beweeglijkheid hebben. Er kunnen breuken (hernia) ontstaan, bekend zijn een breuk bij het middenrif (hernia hiatalis), de lies (hernia inguinalis, littekenbreuk of navelbreuk. Lussen kunnen echter ook, zonder breuk, beklemd raken in een regio van de buik. Bijvoorbeeld achter de baarmoeder, in de bochten van de dunne darm, bij de twaalfvingerige darm, etc. Daarbij ziet men met medische beelden geen ‘echte’ afwijkingen. Een beklemming levert een verminderde doorgang, met als gevolg krampachtige pogingen van de darm om het voedsel er toch doorheen te krijgen (wet van Bayliss). Zorgvuldige osteopathische behandeling kan hierbij snel uitkomst bieden.

WHIPLASH: VERDER KIJKEN DAN DE NEK….

​Patiënt 35 jaar kwam 3 dagen na een auto-ongeluk op consult. Het ongeluk was een kettingbotsing op de snelweg. Klachten: ernstig zeurende hoofdpijn, spierpijn in de nek, misselijkheid, duizeligheid, leeg gevoel in het hoofd. Vroeger had deze patiënt veel gesport met in Aziatische vechtsporten, hetgeen ook bleek uit stevige nekspieren. Onderzoek leverde dysfuncties ter hoogte van het occiput (achterhoofd bot), C1 en C2 (de eerste twee halswervels), het mediastinum (de borstkasholte) tot-en-met het middenrif en verder tot in het bekken.
Dat is ook wat we vaker zien bij dergelijke traumata, vaak bestonden er reeds een aantal dysfuncties, waar men ofwel aan gewent was ofwel te weinig klachten veroorzaakten om op te merken. Wanneer bovenop de bestaande dysfunctie een trauma komt, zijn de klachten des te erger. Het trauma is natuurlijk wezenlijk, maar in dit geval een hele grote druppel op een reeds volle emmer.
Natuurlijk is een whiplash een behoorlijk trauma, immers bij een botsing met een snelheid van 50 km/uur, wordt het hoofd zo’n 5 cm van de romp getild. Onze nek is op deze rek wel ‘gebouwd’, maar wanneer er reeds een trek vanuit andere systemen bestaat, dan is de ‘rek er uit’ en zijn de klachten des te intensiever.
Na drie ‘lokale’ behandelingen in korte tijd zijn de klachten behoorlijk afgenomen. Nu rest er verdere behandeling van de reeds bestaande problemen, anders zal het eerste het beste trauma weer massieve klachten veroorzaken.

SPUUGBABY: REFLUX OF REFLEX ?

“deze baby is nu 16 weken oud en spuugt heel veel, een paar keer bij huisarts en kinderarts geweest, maar zonder resultaat. de baby spuugt veel, meteen na de fles tot een paar uur na de fles of wel de hele dag door. In de wachtkamer van de kinderarts  hoorde ik onze dochter bijna stikken in wat omhoog kwam. Ze liep rood aan, ze blies bellen en ze kreeg bijna geen lucht meer. Naar huis gestuurd met medicijnen voor reflux. Dat ging even beter maar al snel was het precies hetzelfde.”
Als een baby veel spuugt, projectiel-braakt of last heeft van reflux, is dat meestal een teken dat de ingang / uitgang van de maag (nog) niet goed sluit. Bij darmkrampjes opent de maaguitgang en de overgang van de dunne naar de dikke darm, hierin kunnen verstoringen zitten.
Let wel een baby is bij de geboorte nog niet af! Vele organen, orgaansystemen hebben nog veel te ontwikkelen, op elkaar af te stemmen, te groeien, etc. Sommige organen zijn hierbij niet vrij in hun beweging, sommige reflexen werken nog niet optimaal. Een maag kan als reflex de voeding teruggeven. De positieve werking van het toevoegen aan de (moeder)melk van rijstebloem, johannesbroodboompitmeel of andere granen is niet bewezen, maar zou wel kunnen helpen. Over het algemeen is het voor baby’s die last van het spugen of van reflux hebben fijn om vaak kleine porties te drinken. Er is dan minder druk in hun maagje waardoor de neiging om te spugen minder groot is, en het drinken zelf verzacht de pijn.
Raadzaam is het kind te laten controleren door een osteopaat. Osteopathie is een zachte methode om te voelen of organen hun volledige bewegingsvrijheid hebben om zich verder te kunnen ontwikkelen. Een geoefende osteopaat kan prima met de fijngevoeligheid van een baby werken en bijvoorbeeld de glijvlakken van het maagje verbeteren, waardoor de sluitmechanismen weer optimaal kunnen werken. De natuur maakt geen fouten, maar heeft af en toe een helpende (osteopathische) hand nodig.

TRANEN MET TUITEN

Regelmatig verschijnt in de media het bericht dat huilbaby’s medisch gezien niets mankeren. In 2005 werden 88 baby’s opgenomen en bleken na enkele dagen ‘normaal’ te functioneren. Enkelen hadden een koemelkallergie of luchtweginfectie. Aangezien er medisch niets te vinden is, moet het aan de spanning van de ouders liggen, concludeerden de onderzoekers. Een dilemma in de geneeskunde: medische afwijkingen kunnen pas aangetoond worden als de norm is vastgesteld, maar wie stelt deze norm vast? “Als men ‘medisch’ niets vindt, dan zit het tussen de oren”, is een vaak gehoorde klacht van patiënten, terwijl het probleem eigenlijk tussen de oren van de medici zit. Een kind huilt niet voor niets. Wanneer zelfs pasgeborenen niet meer vertrouwd worden in hun primaire uitingen, slaan we geneeskundig zowel de spijker niet op zijn kop als ook de plank volledig mis.
Een aantal problemen bij kinderen kan ontstaan tijdens de geboorte. Een stug bekken van de moeder of hulpmiddelen bij de bevalling kunnen de ontwikkeling van de baby nadelig beïnvloeden. Veelvuldig huilen bij baby’s kan liggen aan een probleem in de schedelbasis, de darmen, de wervelkolom of de vertering van moeder/koemelk en nog veel meer (individuele) problemen. Het kind kan hierdoor overgevoelig reageren en veel huilen. Bij kinderen met veel klachten kan osteopathie een veilige weg zijn om deze problemen te verhelpen en/of te voorkomen. De handen van een osteopaat zijn zacht, zo zacht zelfs, dat baby’s kort na de bevalling behandeld kunnen worden. Wetenschappelijk onderzoek in de Verenigde Staten heeft aangetoond dat kinderen die regelmatig behandelingen ondergingen, zowel lichamelijk als geestelijk en sociaal beter in evenwicht functioneren. Langdurig onderzoek toont aan dat ze tevens tot betere leerprestaties kwamen, zowel op sociaal als op intellectueel niveau.

STRESSINCONTINENTIE: DOOR STRESS OF STRESS DOOR…..

Regelmatig raadplegen vrouwen osteopaten Met incontinentieklachten. Normaliter wordt de druk gelijk verdeeld over de blaas en de plasbuis. Urineverlies treedt vaker op wanneer een deel van de inhoud van het kleine bekken verzakt is. In die gevallen leidt stress (hoesten, niesen, springen, tillen, etc.) tot een verhoogde druk, waarbij urineverlies optreedt. Regelmatig is hierbij een moeizame bevalling aan vooraf gegaan. Regulier wordt overgegaan medicatie (voor zover aangewezen) en oefentherapie van de bekkenbodemspieren. Wanneer geen van beide helpen, wordt overgegaan tot chirurgisch ingrijpen.
Osteopathisch wordt gekeken naar afwijkingen in ligging en mobiliteit. De blaas wordt normaal ondersteund door bindweefsel links en rechts van de blaas, daarnaast wordt de blaas op zijn plaats gehouden door drukfenomenen in het kleine bekken en in de buik. Fixaties van de botstructuren (bekken en wervelkolom), tonusverandering van de bekkenbodem en veranderde drukfenomenen kunnen hieraan ten grondslag liggen. Stijgende oorzaak-gevolg-ketens vanuit de benen en dalende ketens vanuit de wervelkolom zullen in de behandeling mee genomen moeten worden.
Wanneer de blaas zijn normale bewegingsvrijheid terug kan winnen, hersteld ook de stressincontinentie. In het algemeen zijn dergelijke de klachten van de stressincontinentie zeer goed osteopathisch te behandelen, met blijvende resultaten. En dat zonder de stress van verbanden, oefeningen of chirurgische ingrepen. Ook hierbij geldt dat het lichaam zeer goed in staat is zichzelf te herstellen. Het vraagt slechts een ervaren hulp, begeleidt door een brede blik.

PROSTAAT ≠ PROTOCOL

Een 60-jarige man komt met ‘prostaatklachten’ in onze praktijk, althans zo luidt de diagnose van de (huis)arts en de interpretatie van de bevindingen van de patiënt zelf. De klachten bestonden uit een frequente aandrang tot urineren, een minder krachtige straal en nadruppelen. Klassiek worden deze klachten onder het fenomeen prostaathypertrofie geplaatst: een ‘oudemannenkwaal’. Soms wordt (een deel van) de prostaat operatief verwijderd. Bij toeval kan men dan een carcinoom vinden.
Onderzoek in ons centrum bracht een aantal zaken aan het licht. In de eerste plaats bleek er een fors verhoogde druk in de buikorganen aanwezig. Deze verhoogde druk drukt letterlijk de prostaat in een benauwd hoekje; de ruimte in het kleine bekken laat niet veel bewegingsvrijheid toe. Normaal wanneer een orgaan in de verdrukking komt, zal het deze druk ontwijken; de prostaat heeft deze mogelijkheid niet.
In de tweede plaats werd een verminderde beweeglijkheid van de lendenwervels geconstateerd, Bij navraag bleek de patiënt reeds jarenlang onder fysiotherapeutische behandeling en bezocht hij tweewekelijks een chiropractor om de ruggenwervels weer ‘op hun plaats te zetten’.Als derde probleem kwamen een verhoogde spanning van de bekkenbodemspieren, spataderen en verkorte achterbeenspieren aan het licht.
Alle gevonden bewegingsverliezen werden osteopathisch behandeld. Na vier behandelingen waren de genoemde ‘prostaatklachten’ verdwenen, evenals de rugklachten. De eveneens aanwezige spataderen bleven aanwezig, maar de bewegingsmogelijkheden en het uithoudingsvermogen van de benen waren wel verbeterd.

DE ÁNDERE ZWANGERSCHAP
Een vrouw van 72 jaar komt met buikklachten na een blaasontsteking van een jaar geleden. De pijn is wisselend van aard, dan links in de buik, dan weer rechts, dan boven, dan onder. Tevens bestaat er duizeligheid, licht in het hoofd. Het verleden vertelt  een hersenschudding met 20 jaar, 3 probleemloze zwangerschappen, een appendicitis met 62 jaar en vorig jaar een cystitis. Onderzoek leverde een verzakking van de inwendige organen met aanklevingen van de dunne en dikke darm aan de organen van het kleine bekken. In vaktermen: adhesies van peritoneale structuren en peritoneum pariëtale inferior met de vliezen en ligamenten in de pelvis minor.
In het eerste consult zijn deze structuren behandeld, gericht op het opheffen van de verzakking en het verbeteren van de mobiliteit. Tevens is een zwangerschapsgordel aanbevolen, een sluitband voor steun van de buik. Enige hilariteit om als 72 jarige in de prenatal-winkel naar een zwangerschapsband te vragen, die overigens alleen online te bestellen is.
Bij het tweede consult, waren de klachten verdwenen en is besloten de sluitband een half jaar te dragen. In die tijd hebben de peritoneale structuren de gelegenheid om in de gewonnen vrije mobiliteit een functionelere positie in te nemen. Over een half jaar volgt een controle.

KINDERWENS

 een 38-jarige vrouw met een kinderwens. Reeds een aantal IVF-pogingen achter de rug, maar telkens na 5 weken mis gegaan. Vlak voor haar komst een laproscopie gehad (kijkoperatie), waarbij een vorm van endometriose op het linker ovarium werd vastgesteld. Met een laserbehandeling is deze weg gehaald.
Osteopathisch onderzoek leverde een sterk verminderde mobiliteit van de cecale peritoneale glijvlakken, idem van het ileum, de rechter nierloge en hepatogene – diafragmale glijvlakken. Daarnaast een niet mobiele isthmus van de uterus. Bij het eerste consult werden de abdominale glijvlakken behandeld, om voorwaarden in ruimte te scheppen voor verdere behandeling.
Vier weken later werd veel verbetering vast gesteld ter hoogte van het abdomen. Patiënte had wel 4 weken lang buikpijnen gehad, hetgeen een normale peritoneale reactie is. Na het abdominale voorwerk is begonnen met de behandeling van de uterus via de isthmus. Zo zijn verschillende behandelingen gebruikt om de volledige omgeving van de baarmoeder voldoende vrijheid te geven. Na acht maanden volgde een hernieuwde IVF-poging, zonder resultaat.
Inwendig onderzoek leverde een gefixeerde en volledig veranderde stand van de uterus, welke als zodanig zijn behandeld, gevolgd door een IVF-poging na 4 weken. Deze had resultaat tot een voldragen zwangerschap, met een geboorte via een kiezersnee. De kleine is inmiddels groot en gaat volgende week naar de lagere school.

PERIODIEKE CONTROLE

Patiënte, 41 jaar, met als klachten hoge bloeddruk (170 / 100), vocht vasthouden, branderige handen en voeten, pijn in de lage rug, werd in 2008 doorverwezen voor osteopathische behandeling. De doorverwijzing was gebaseerd op harde structuren die in de buik te voelen waren. De klachten waren ontstaan na twee goed doorlopen zwangerschappen. Na beide zwangerschappen viel patiënte extreem snel af, zonder daar zelf iets voor te doen. Onderzoek leverde gefixeerde nierloges beiderzijds (2e graads ptose), palpabele ureters en verkorte M. Psoas major en een ‘verkorte’ posterieure spierketting.  Bij het 2e consult was de rugpijn minder, evenals het branderige gevoel. De bloeddruk was 130 / 90 en de, niet vermelde, opvliegers waren verdwenen. Na een derde consult, redelijk klachtenvrij en een bloeddruk van 127 / 85, werd een controle na een half jaar afgesproken.

Bij deze controle bleef de bloeddruk goed 124 / 88, geen rugpijn, branderige voeten en het vocht vasthouden was verdwenen. Bij de nierloges werden geen afwijkingen gevonden. Er werden (rekkings)oefeningen voor de lange termijn afgesproken en patiënte zou zich melden als er klachten zijn. In 2013 kwam zij weer terug, het laat zich raden, met rugklachten, bloeddruk 180 / 100 , branderige handen en voeten en een reeks van kleine klachten. De eerder gevonden dysfuncties waren in mindere mate weer aanwezig en zijn behandeld. Nu werd een afspraak over een jaar ingepland, een POC (periodieke osteopathische controle). Een fenomeen wat zich vaak in de praktijk voordoet. Wanneer eenmaal een forse en langdurige dysfunctie is opgetreden, dwingen de compensaties in het lichaam de dysfunctie weer terug. Op zich niet erg en prima te verhelpen met een POC. We gaan per slot ook ieder half jaar naar de tandarts….

RUGGENSPRAAK

Halverwege vorige eeuw observeerde de osteopaat Mitchell Afrikaners in relatie tot rugklachten. Hem was opgevallen dat vooral mannen aldaar vaak met rugklachten worstelden, met de percentages die wij in het Westen ook gewend zijn. Ruim 60% van de mannen had rugklachten, terwijl de vrouwen nagenoeg geen klachten hadden. Een nadere observatie leerde Mitchell dat de mannen vaak onderuitgezakt in de plaatselijke kroeg zaten. De vrouwen daarentegen liepen de hele dag naar de waterput op en neer en naar het veld, telkens met de te dragen last op hun hoofd, van waterkruik tot takkenbossen.

Deze observatie combineerde Mitchell met zijn nauwgezette kennis van de anatomie van het menselijk lichaam. De loodrechte druk van de lasten op het hoofd van de vrouwen, vraagt om sterke rugspieren. Maar dit zijn niet de rugspieren die wij in het Westen bij de fysiotherapeut of in het fitnesscentrum versterken. Het zijn de intrinsieke spieren die de rug recht houden en met hun zekere mate van spanning rugklachten juist voorkomen. Deze intrinsieke spieren zitten tussen de verschillende wervels.

Mitchell ontwikkelde speciale oefeningen om mensen met rugklachten te behandelen en vooral om te voorkomen dat rugklachten optreden. Deze oefeningen, strekkingsoefeningen, zijn feitelijk heel simpel. Waarschijnlijk te simpel voor onze hedendaagse geneeskunde. Een van de meest effectieve methode is om ’s morgens vroeg ca. een half uur met een gewicht van 1 kilo op het hoofd rond te lopen, staande te ontbijten, de krant te lezen, etc. Dat geeft een dagelijkse impuls aan de intrinsieke rugspieren om de wervelkolom uit te strekken. Dergelijke oefeningen hebben ’s avonds geen zin, omdat men zich daarna weer ontspant.

De oefeningen van Mitchell of de nabootsing van Afrikaanse vrouwen is weer niet bij iedereen van toepassing. Vaak moet eerst de achterliggende oorzaak van de zwakke spieren achterhaald worden. Dat kan veroorzaakt worden door een trek van de ingewanden, een statiekverandering of geblokkeerde wervels. Dit zal eerst onderzocht moeten worden. Daarnaast speelt de psyche een rol. Uit iemands manier van zitten en lopen is zoveel meer te halen dan het louter constateren dat iemand scheef staat. Uit een stijve spier is zoveel meer te halen dan de vaststelling dat dit ‘hypertone spier’ is. Het is het fascinerend om te zien hoe groot de wisselwerking is tussen lichaam en psyche.

HERNIA INDIVIDUALIS

enorm veel mensen hebben baat bij de osteopatische behandeling van de reguliere diagnose ‘lumbale Hernia Nucleus Pulposis’. De verschijnselen lijken op elkaar; pijn in de lage rug, met uitstralende pijnen, al dan niet met uitval van motorische functies en veranderde sensaties in het been. Natuurlijk kan men deze verschijnselen classificeren. Men groepeert de symptomen en zoekt naar de overeenkomsten. Zo lijkt het beeld al snel overeen te komen met een herkenbaar patroon, de uitstraling correspondeert met de irritatie van de zenuwwortel, komend uit de wervel X. Het protocol bij deze herkenning is bekend.
Door deze patiënten fenomenologisch te onderzoeken komt het individuele patroon naar voren. Fenomenologisch onderzoek kijkt naar datgene wat er op dit moment aan dysfuncties voor handen is. Gecombineerd met de unieke (ziekte)geschiedenis, de constitutie en het functioneren, volgt een individueel beeld hoe in het lichaam de symptomatische verschijnselen zijn ontstaan. Geen van deze patiënten met de reguliere diagnose HNP heb ik hetzelfde behandeld. Telkens kwam een uniek patroon naar voren van meerdere dysfuncties die elkaar in stand houden. Statistisch lijkt er een terugkerend stelsel herkenbaar te zijn, wat in een ‘evidence based’ onderzoek als standaard aangemerkt zou kunnen worden. Deze neiging van de moderne medische wetenschap gaat echter voorbij aan de uniciteit van de mens. Darmen en nieren zijn vaak uitlokkers van de lumbale uitstralingsproblemen, maar hoe dat patroon zich verder ontwikkeld is van mens tot mens verschillend.
Een aardig voorbeeld van dit unieke patroon is het volgende geval, dat ik mij zo goed herinner vanwege de laatste druppel die de klachten deed uitbarsten. Een man van 45 jaar komt met acute lage rugklachten, met uitstraling en motorische uitval. Volgens het segment L5-S1. “Het is verleden week acuut ontstaan”, vertelde de man, “bij het pakken van een enveloppe  van het salontafeltje”. Deze enveloppe was blauw gekleurd en afkomstig van de instelling die het niet leuker kan maken. Bij onderzoek trof ik een blokkering van de 5e lendenwervel en het linker SI-gewricht, geheel volgens verwachting. Onderliggend waren echter een retractie van de peritoneale verbindingen van het colon sigmoideum, sterke kanteling rechter regio hypochondria met een grote tractie aan het diafragma. Door deze omstandigheden waren de laatste twee borstwervels en de eerste vier lendenwervels als groep nauwelijks mobiel. Alle beweging van de onderste wervelkolom moet daardoor vanuit de onderste ‘vrije wervel komen, in dit geval L5-S1. Een overbelasting is dan snel gemaakt, zeker bij een aanslag (van de belasting J). Behandeling van alle problemen deed de klachten snel afnemen en niet meer terug keren. In dit geval een indirecte meevaller voor de staatskas door de uitsparing van een dure hernia-operatie. Op verschillende gronden is het jammer dat we vaak niet verder kijken naar het individu.

CASUS POSTNATALE MIGRAINE

Patiënte 42 jaar met een geschiedenis van hoofdpijnen de laatste 20 jaar na een commotio cerebri (1983), whiplash (1985), 2e whiplash (1990). Daarnaast rugklachten en maagklachten met als diagnose hernia diafragmatica (middenrifbreuk). Patiënte is regelmatig behandeld met positief resultaat en komt voor periodieke controle. Twee maanden geleden is zij bevallen van een gezonde dochter, sindsdien migraineachtige klachten en vier maal een migraineaanval. De aanvallen vragen dermate stevige medicatie dat er geen borstvoeding gegeven kan worden. De migraine wordt gevoeld achter het rechter oog en temporaal (slaapbeen). Tevens zijn er rugklachten wat het optillen en dragen van de baby ernstig belemmerd. De werkhypothese in deze case is als volgt:

  1. Fixatie van de linker renale loge (nierfascie) en verminderde mobiliteit van de directe omgeving. Waarschijnlijk is ten gevolge van de abdominale drukverandering in de periode na de bevalling deze oude dysfunctie weer terug gekomen.
  2. Defence van de rugspieren (M. Psoas, M. QL, Mm. Errector) aan de linkerzijde, met een lichte lumbale scoliose (kromming wervelkolom). Hierdoor zal de andere zijde compenseren.
  3. De musculo-fasciale spierketens van de rechterzijde geven klachten in de rechter bekkenzone en verminderen de mobiliteit van de rechter scapula (schouderblad).
  4. Fors verhoofde spanning van de rechter M. levator scapula ((nek-schouderblad) heeft zijnn invloed op de nekwervels en nekspieren en daarmee op de spanning op en de doorbloeding naar het hoofd.
  5. De verhoogde spanning van de halsspieren en nekspieren veranderen de doorstroming van de bloedvaten tussen de hersenvliezen, vooral aan de rechterzijde (tentorium, v. sigmoidea).

Opvallende bevestiging van de werkhypothese is dat mobilisatie van de linker nier zowel de rugklachten als de migraineklachten provoceerden.

VERZAKKINGSKLACHTEN

Vrouw 44 jaar, sinds haar zwangerschappen (1998 en 2000) extreme vermoeidheid, opgezette lymfeklieren in de hals, premenstrueel syndroom, nekklachten, tintelende armen, loodzware benen, recidiverende blaasontstekingen en buikklachten. Patiënte is bekend met een lactose-intolerantie sinds 1990. Laboratorium, echoscopie en ECG lieten geen afwijkingen zien, met als conclusie niet-organische pathologie.
Onderzoek leverde dysfunctie van de linker clavicula, atlas (C0-C1), hepato- en gastroptose, nierloge in 2e graads ptose, fixatie jejunum en ileum (dunne darm), torsi links SSB. Vrijwel alles functioneerde in interne rotatie. Na behandeling van de verschillende systemen, leken de klachten af te nemen, totdat patiente extreme klachten kreeg na ‘zwaar’ tillen. Bij nader onderzoek bleek de uterus in forse retroversie en 3e graadsptose (achterover gekanteld en verzakt) te zijn. Na de nodige voorbereidende technieken is de uterus door een vrouwelijke collega behandeld en zijn vrijwel alle eerstgenoemde klachten verdwenen. Wel blijft mevrouw haar bekkenbodemspieren trainen en blijft zij onder controle, want de kans op een recidief is groot.
Baarmoederverzakkingen komen vaak voor, vooral na kunstmatige verlossingen, 11% dient geopereerd te worden. De klachten zijn zeer verspreid en individueel, van drukgevoelens in de onderbuik, tot incontinentie, aambeien, infecties, menstruatiestoornissen en rugklachten. Onderzoek Clinic Randomized Trial CRT) naar osteopathische behandeling levert een significante verbetering op van ruim 60% evenals een verbetering van de bijkomende klachten en de levenskwaliteit (SF-36).

HALSRIBSYNDROOM

Vrouw 43 jaar met pijn in de onderrug, pijn in de nek en tussen de schouderbladen aan de rechterkant, met uitstraling in de rechterarm. Bijkomende klachten premenstrueel syndroom. Onder behandeling van fysiotherapie en hypnotherapie. Patiënte is bekend met een halsrib rechts, wat voor haar reeds jarenlang de nek-schouderblad-armklachten ‘verklaard’. De halsrib laten opereren wil ze echter (gelukkig) niet.
Een patiënt met het halsribsyndroom heeft een extra rib. Deze rib is een uitsteeksel van de zevende halswervel. Een halsrib is een aangeboren ‘afwijking’, waarbij aan de zevende nekwervel en in een enkel geval aan de vijfde of zesde nekwervel een extra (overtollige) rib is ontstaan. De extra rib kan zowel klein als groot zijn en kan helemaal of maar gedeeltelijk ontwikkeld zijn. De extra rib komt vaak aan beide kanten van de nek voor en komt bij vrouwen meer voor dan bij mannen. Over het algemeen veroorzaakt een halsrib geen problemen. Het kan echter zijn dat de halsrib zenuwen gaat samendrukken, wat pijn, gevoelloosheid, en tintelingen in de nek kan veroorzaken. Als een patiënt veel last heeft van de halsrib kan deze operatief verwijderd worden.
Voor de goede orde: mevrouw is 43 jaar en heeft sinds 6 jaar last van symptomen, die aan het voorkomen van een halsrib gerelateerd zouden kunnen worden. Zij heeft 37 jaar geen klachten gehad. Daarmee is het fenomeen halsrib in osteopathische ogen ook geen ‘afwijking’. Oorzaken waren gelegen in een hepatoptose (leververzakking) van circa 3 cm, dito renale ptose (nierverzakking), ileale darmlussen in de ruimte van Douglas (achter de baarmoeder). Ten gevolge van de verzakkingen is een tractie ontstaan aan de structuren (o.a. plexus brachialis) van de schoudergordel. Pas dan komt het fenomeen dat er rechts minder compensatie mogelijk is, vanwege de aanwezigheid van de halsrib.
Genoemde dysfuncties zijn in 5 behandelingen verholpen, met een klachtenvrij resultaat, ook het premenstrueel syndroom. Na 2 jaar en na 5 jaar kwamen de klachten in lichte mate terug; een normaal verschijnsel bij verzakkingen, wat snel verholpen kan worden.

CROHN VISCERAAL BEHANDELD

Vrouw van 59 jaar, hoofdpijn, netelroos, slapeloosheid en buikpijn sinds een half jaar. Buikpijn was ontstaan na een hevige aanval van pijn, met bloed bij de ontlasting. De internist stelde ontstekingen vast en even later was de diagnose M. Crohn van toepassing. Moeder van patiënte was bekend met M. Crohn. De gebruikelijke medicatie werd ingezet.
Osteopathisch onderzoek leverde fixatie van de renale en vesicale lussen van de dunne darm, osteopathische invaginatie van de ICV (Bauhin), verzakte en gekantelde lever en gefixeerde sutura occipito-mastoidalis met C1.
Zes weken later was de reactie op de behandeling vier weken lang heftig geweest, gevolgd door een 2 weken periode met pijnvrije buik en normale slaap. Een jaar lang is mevrouw om de 2 maanden behandeld, telkens op hetzelfde systeem. Na een jaar kon de medicatie gehalveerd worden. Daarna werd patiënte iedere zes maanden behandeld en nu bedraagt de tussenliggende periode negen maanden. Alle medicatie is gaandeweg gestaakt. Een maal tussendoor leek er een terugval te zijn, maar dit bleek een voedselvergiftiging te zijn.
In de loop van de 7 jaren werd regelmatig over voeding gesproken, mevrouw begon een eigen moestuin en kruidentuin. Eet nu de gezonde en gekruide groenten, voldoende goede vetten in de vorm van oliën en geen suikers. Regulier darmonderzoek toont nu een schone darm.

OVERSTREKKEN EN VOORKEURSHOUDING

Kind van 4 maanden, op consult wegens voorkeurshouding naar rechts, overstrekken. Buikslaper, rolt nog niet om. Borstvoeding veroorzaakt verstopping, ontlasting om de week. In verband met een stuitligging sinds week 27 is er een sectio caesarea toegepast. Overstrekken bij baby’s betekent het voortdurend aanspannen van de rugspieren en het achterover drukken van het hoofdje. Het babylijfje is strak en gespannen. In het bedje wordt het hoofdje constant naar achteren geduwd waardoor sneller een plat hoofdje ontstaat. De spieren in de rug, nek en bij het hoofd zijn strak gespannen. De armpjes blijven gestrekt en vaak zijn de handjes tot vuistjes gebald. Overstrekken zorgt voor onrust, overmatig huilen en baby’s slapen onrustig of slecht. Overstrekken staat een positieve ontwikkeling in de weg. Baby’s, die overstrekken, kunnen achter gaan lopen in hun ontwikkeling.
De eerste twee behandelingen waren gericht op de dysfuncties van Caecum, Ileum (darmen) en de hersenvliezen (RTM). Bij het derde consult bleek de ontlasting iedere dag aanwezig, was overstrekken nog licht te zien. Omrollen ging goed, maar alle bewegingen werden in overdreven mate uitgevoerd. Dit werd door de ouders uitgelegd als ‘een druk kind’. De ossificatiekernen van het os occipitale (achterhoofdsbot) werden behandeld, aangezien deze zich niet synchroon ontwikkelenden. Gisteren (ze is nu 1 jaar) was zij weer op consult en toonde een normale ontwikkeling in motoriek en sensoriek. Het advies is om de ontwikkeling in de gaten te houden, omdat bij een groeispurt het probleem weer terug kan komen.

NIERLOGE EN HARDLOPEN

Vrouw van 59 jaar. Klacht: recidiverende peesontstekingen, shinsplints en liesblessures bij het hard lopen in het rechterbeen. Onderzoek leverde articulaire blokkades van de voet (MCP I) de enkel (talo-cruraal) en de knie (tibio-fibulair), alles rechts. Fors verminderde mobiliteit van de linker nierloge en bijbehorende M. Psoasspanning. Tevens cervicale problemen (C3-C4 rechts). Het rechterbeen compenseert de linker M.Psoastonus bij het hardlopen, waardoor de artrogene problemen zijn ontstaan. Na behandeling van de linker nierloge en de rechter talus, waren de overige blokkaden verdwenen. Mevrouw heeft sindsdien geen klachten meer gehad bij hard lopen.